Copyright @ jeugrubbenhof

JEUGRUBBENHOF

VOLKSTUINVERENIGING HOENSBROEK

De maretak

 

Als je vanaf de Randweg naar de tuin gaat, zie je in één van de nu

kale hoge bomen langs de bosrand een merkwaardige, groene  bol.

Een maretak, in het Limburgs dialect een hekse-bessem.

Deze plant groeit in bomen en soms in struiken.

Maretakplanten zijn half-parasieten. Dat wil zeggen dat de planten

voeding uit de boom halen, maar ze hebben zelf ook blaadjes

met bladgroen. Maretakken zijn ofwel vrouwelijk

(bes-dragend) of mannelijk (alleen stuifmeelbloemen).


De witte maretakbessen rijpen laat in de winter.  Vogels eten de bessen en zij verspreiden de zaadjes die in de uitwerpselen zitten. Als een zaadje ontkiemt (er is geen kiemrust) is het eerste seizoen nog niet veel te zien. In het tweede groeiseizoen is een kort twijgje met twee blaadjes zichtbaar. In de volgende jaren vindt elk jaar een dubbele vertakking plaats. Aan de hand van het aantal vertakkingen kun je dus de leeftijd van een maretak-plant  bepalen.

 

In 2017 is de Flora-en Faunawet aangepast en is maretak niet meer bij wet beschermd.

Maretak heeft een bepaalde waarde voor medicinaal gebruik. Documentatie staat op internet. Men spreekt zelfs over kanker-remmende eigenschappen. Zelf dokteren is echter altijd af te raden. Gebruik het alleen onder begeleiding van een deskundige therapeut. Een maretakblaadje heeft een walnoot-achtige smaak. Maretak schijnt één van de bestanddelen te zijn van de toverdrank, die Obelix onoverwinnelijk maakte. Je moet dan wel geduld hebben en naar het schijnt moet de maretak dan met een gouden snoeimes zijn gesneden.


Je hoeft geen vogel te zijn om maretak te kunnen zaaien.

Er zijn natuurlijk bessen nodig om te kunnen zaaien.

In elke bes zit een zaadje. Probeer de bessen heel

te houden. Als ze kneuzen, plakken ze overal aan vast.

Er is natuurlijk een boom of struik nodig als gastheer.

Een (sier)appelboom is heel geschikt, maar het is de

moeite waard om ook op andere bomen of struiken

te proberen. 

Maak met een schilmesje overlangs een lichte inkeping

in een tak van een geschikte gastheer en til met de punt

van het mesje de bast iets op. Schuif dan het besje met het zaadje in de opening.

Daarna is het geduldig afwachten.