Tuintips juni


De groentetuin


Veel zomergroenten kunnen begin juni nog gezaaid worden.

Na de langste dag, 21 juni, kan andijvie, venkel, Chinese kool

en rammenas worden gezaaid, net als groen- en roodlof.

Te vroeg zaaien betekent een groter risico op “doorschieten”.


Bonen leggen kan de hele maand juni.


Oogst na 24 juni geen asperges meer om te voorkomen

dat de planten uitgeput raken.


Preiplanten ontwikkelen zich tot de herfst zo sterk dat

een rijen-afstand van 25 cm nodig is.

In de rij is een afstand van 15 cm voldoende.


Wintergroenten als koolsoorten buiten uitplanten.

Over jonge koolplantjes een net spannen ter bescherming

tegen vogels. Controleer af en toe de onderkant van de

koolbladeren op eitjes van het koolwitje. Afdekken met

een vliesdoek ter bescherming tegen vlinders kan ook.


Sommige rassen radijs zijn beter geschikt voor vroege teelt.

Andere rassen voor teelt later in het seizoen. Bij radijs is

de tijd tussen zaaien oogsten zo’n 30 dagen.

Dus kun je in juni met tussenpozen zaaien,

evenals dille, tuinkers, mosterd en kervel.


Rabarber na juni niet meer plukken. Na de oogst de plant

nog een keer goed bemesten. Richting de langste dag

neemt het gehalte aan oxaalzuur toe.

Mensen, die een probleem hebben met botontkalking,

moeten oppassen met het eten van rabarber.


Uien, knoflook en sjalotten zijn in de groeifase dankbaar voor

een extra bemesting. Let op aantasting door de uienvlieg.


Bij knolselderij regelmatig water geven met lichte bemesting.
De bladeren moeten wel droog blijven bij het water geven,
omdat anders bladziekten als bijvoorbeeld schurft optreden.


Bij tomaten breek je de zijscheuten weg en bind je de

hoofdscheut aan de stok vast. Tomaten zijn alleen met succes

buiten te telen onder een afdak.

Zonder afdak zijn tomaten buiten uiterst gevoelig voor

aardappelziekte. In het allereerste stadium van ziekte

meteen actie ondernemen!

Van iedere tuinder wordt waakzaamheid gevraagd! 


Fruit en bloemen


Copyright @ jeugrubbenhof